7. De kronkel in mijn buik ...

-Begrip en me weer opgenomen voelen in mijn familie.

Eind februari dit jaar kwamen we als kinderen van onze overleden vader bij elkaar om de spullen te verdelen. Mijn zus kwam binnen met het bericht over een reportage in de Gelderlander over seksueel misbruik op Don Rua. Dat sloeg in als een bom. Het raakte de gevoelige snaar. De tranen vloeiden uit mijn ogen. "Jij hebt daar ook iets meegemaakt hè?" Het liet me niet meer los. Ik kwam een foto van mezelf als elfjarige tegen. Zo'n onschuldig lachend gezicht. En weer moest ik huilen. De hele dag heb ik met betraande ogen rond gelopen, en 's avonds toen ieder weg was en mijn vriendin op bezoek kwam heb ik gehuild als nooit tevoren.
Wat kwam er een hoop gevoel los. Wat een berg aan verdriet. Al die jaren nooit gelooft geworden en dan nu was er begrip. Hoe was het mogelijk dat dat lieve manneke op de foto zo misbruikt was geweest, er nooit begrip voor was geweest. Eindelijk durfde ik weg te kruipen bij iemand en mijn gevoel te voelen, me laten troosten; altijd heb ik me groot gehouden.
Plots was er na al die jaren begrip voor mij, nu werd mijn afkeer van de kerk begrepen, nu begreep men mijn opstandige jeugd, nu begreep men.

-Veertig jaar terug; andere woonplek en de teleurstelling.

In 1969 ging ik naar 's Heerenberg. Ik was er al eens eerder geweest op een kennismakingsweekend. Een mooi statig groot gebouw, een prachtig park met een zwembad. Een recreatiezaal met o.a. een russisch biljart en een tafeltennistafel. Het leek me geweldig.
Tja van de buitenkant was het prachtig, maar na een verblijf van een aantal maanden voelde het toch minder. Eigenlijk was ik er best eenzaam. Slechts eens per maand ging je een weekend naar huis.

Op een gegeven moment had ik vriendschap met twee oudere jaars. Dit heeft niet lang mogen duren. We gaven alle drie niets om voetbal en aldus tijdens een van de voetbalwedstrijden op het terrein gingen we gedrieen het park in en zoals het jongelui betaamt naar de boomgaard want daar hingen lekkere appels.
Daags er op moesten we op het matje verschijnen. Er waren tijdens de wedstrijd dingen gestolen bij medeleerlingen. En zo simpel als wat; wij waren niet bij de wedstrijd gesignaleerd dus hadden wij die spullen gestolen. Dat we valselijk beschuldigd werden was al heel ernstig, maar dat ons vervolgens het contact met elkaar verboden werd heb ik als zeer pijnlijk ervaren.

Ik herinner me dat we vaak naar het zwembad gingen. Zwemmen heb ik op Don Rua snel geleerd. Er was een pater Ms die ook vaak in het zwembad vertoefde. Hij kon niet zwemmen. Op de een of andere manier kon die pater niet van me afblijven, ik voelde me er onprettig bij. Zo heb ik heel snel leren zwemmen zodat ik naar het diepere gedeelte kon en ik van hem verlost was.

De meeste kinderen gingen extern naar school, als een van de weinigen zat ik intern.
Maandags hadden we muziekles van pater Mt. Op geven moment nodigde deze mij uit om, na de les, op zijn werkkamer te komen om geld te tellen. Het geld zat in een geldkistje en was de opbrengst van de snoep en chips die in het weekend werden verkocht. Het was een hele eer dat ik deze verantwoordelijke taak mocht doen. Rekenen/wiskunde was mijn lievelingsvak.

En zo ging ik elke maandag centen tellen. Gaandeweg zocht hij lichamelijk contact. Eerst was er iets van seksuele voorlichting en legde hij zijn hand boven mijn kruis met de woorden dat daar haren zouden groeien. Gaandeweg kwamen er de momenten dat hij mij tegen zich aan drukte.
Ook nodigde hij me weleens uit naar zijn slaapkamer aan de overzijde van de gang waar zijn werkkamer was. Ook daar drukte hij me tegen zich aan en weer zijn hand boven mijn kruis met de woorden dat daar haren zouden groeien.
Ik had een streepje voor bij hem. Zo mocht ik ook een paar keer mee in zijn auto, een Fiatje, dan gingen we een eindje rijden over de grens naar Duitsland om te tanken want dat was daar goedkoper. Vervolgens reed hij dan een zijweggetje in om dan even te stoppen en vervolgens mij te bevoelen.
Voor mij als manneke van twaalf jaar voelde het wel raar en ongemakkelijk, ik liet het over me heen komen. Ik wist niet beter. Besefte niet. Voor mij als jongen van twaalf, die vaak 's avonds in bed op de grote slaapzaal stiekem zijn eenzaamheid huilde, was het een eer om wekelijks centen te mogen tellen, was het een compliment wat je het gevoel gaf dat je er toch bij hoorde.

Slechts eenmaal per maand ging ik een weekend naar huis. In de tweede helft van dat schooljaar begon ik me steeds minder op mijn gemak te voelen daar op dat internaat. Liever wilde ik niet daar naartoe, maar ja er was voor een heel jaar betaald, dus ik moest het jaar afmaken. Wat was ik opgelucht dat ik niet terug hoefde na dat jaar.

Wat ik in mijn jonge kinderjaren als iets prachtigs had beleefd, mooie kerken, een mooi geloof, had een grote deuk opgelopen. De daaropvolgende jaren ging ik me steeds meer tegen de kerk en haar onwerkelijke voorschriften verzetten.
Ik raakte bekend met het begrip pedofilie, besefte wat ik had meegemaakt en vertelde het thuis. Daar werd met ongeloof op gereageerd. Mijn zeer katholieke ouders wisten er niet goed raad mee en vervolgens werd er het zwijgen toe gedaan
Ik werd een echte puber die zich tegen flink tegen thuis afzette. Net zeventien jaar ging ik de deur uit om op mezelf te gaan wonen. Tientallen jaren was ik in de ogen van mijn ouders het slechte voorbeeld voor mijn jongere broers en zussen, was ik het zwarte schaap.

Er is me door mijn vader heel lang kwalijk genomen dat ik het katholieke geloof de rug heb toegekeerd. Zo kon hij het bijvoorbeeld niet verkroppen dat ik niet trouwde met mijn partner en bij de geboorte van mijn eerste zoon, n.b. zijn eerste kleinzoon weigerde hij op bezoek te komen.
Pas tien jaar geleden ontstond er enig wederzijds begrip.
Over mijn ervaringen met een pedofiele pater kan ik nu helaas niet meer met hem praten, anders was er ongetwijfeld een nog groter wederzijds begrip ontstaan.

-18 jaar terug; op zoek naar een veilige haven.

En zo kon het gebeuren dat je na de geboorte van je dochter in een paar weken tijd amper meer de straat op durft. Dat je dagelijks badend in het zweet wakker wordt, onverklaarbaar plots nachtmerries krijgt. Dat je niet meer van huis durft, niet meer het dorp uit durft.
Dat de angst je om de keel grijpt, dat je plots geen vat meer op je leven hebt. Verlatingsangst. Dat je alleen nog thuis wil zijn en je zelfs daar niet op je gemak voelt. Totaal overspannen. Hopeloos gevoelen. Je begrijpt er niks van, laat staan dat je omgeving het begrijpt. Dan ga je een jaar in psychotherapie, slikt prozac en ander spul om enige rust in je hoofd en lijf te krijgen. Probeert de zaken op een rijtje te krijgen. Je komt er achter dat je ervaringen op het internaat toch littekens hebben gemaakt. Het blijft rationeel.
Je moet je gevoelens uiten, je moet je gevoelens voelen, maar hoe doe je dat.
Ik heb moeite met lichamelijk contact. O ja vrijen en sex daar heb ik geen moeite mee, nee dat niet. Ik vond het heerlijk die ander te verwennen en als je maar veel geeft krijg je misschien ook iets terug. Ik besefte het eigenlijk niet, maar op die manier was / ben ik op zoek naar geborgenheid. Op zoek naar een veilige vertouwde haven.
Stom hè, toen ik 18 jaar was ging ik met een vriend naar station Eindhoven en stapte in de eerste trein naar het buitenland. Vier weken later hadden we een heerlijke rondreis door Europa gemaakt. En dan plots zomaar uit het niets kost het me de grootste moeite om slechts tien kilometer verderop te kamperen. Maar je gaat er aan staan en met wat kalmeringsmiddelen is het dan toch gelukt. Jaar na jaar bouw je zo weer op, tot het je lukt om weer naar Kroatie te gaan. En toch, nog steeds heb ik moeite met reizen. Zo gauw ik verder weg moet dan zo'n 30 km krijg ik het benauwd. Dan moet ik er extra moeite voor doen om me te bedenken dat ik voor mijn eigen plezier, voor een eigen doel weg ga. Altijd moet ik bedenken. Als ik er dan eenmaal ben gaat het meestal wel.

-Heden; het diepere gevoel.

En dan in het jaar 2010 ben je weer een tiental jaar verder. Komen er krantenberichten. Verschijn je in het programma Rondom Tien om je verhaal te doen over aanranding in een internaat. Krijg je enorm veel positieve reacties. Voel je begrip. Je weet je gesteund door je inmiddels volwassen kinderen en je huidige partner.
Hoor je de spontane getuigenissen van andere slachtoffers, je herkent er jezelf. Besef je dat je niet de enige was. Het gruwelijke besef dat je een prooi in een web was.
Maar bovenal voel je. Dit is moeilijk uitleggen; altijd verstandelijk het geweten hebben maar pas nu voel ik echt. Eindelijk voel ik wat ik 40 jaren heb verdrongen.
De onbegrepen eenzaamheid, de grote moeite met autoriteiten, het niet tegen onrechtvaardigheid kunnen, de sterke behoefte aan een thuis, aan geborgenheid, alles altijd zelf willen doen, onafhankelijk willen zijn en controle houden, drukke menigtes en volle zalen mijden, de continue behoefte om aardig gevonden te worden; ik weet wat ik aan mezelf heb aan anderen weet je het nooit zeker.
Met terugwerkende kracht vallen puzzelstukjes op hun plek, krijgen al die gevoelens een plaats en wordt het makkelijker er mee te leven, kan ik het loslaten. Ik groei met al mijn ervaringen. Nu volgt de opluchting en de rust.

-Vervolg

Wat zou die dader nu van dit alles vinden, zou ie een geweten hebben. Ik weet inmiddels dat er meer kinderen met hem te maken hebben gehad. Zou ie na 's Heerenberg nog meer slachtoffers hebben gemaakt? O, shit het is een bestuurder ook nog. Hij eet aan dezelfde tafel als degene die op t.v. zijn beste beentje voor zet om het allemaal recht te praten.
Je zoekt mail contact met je dader die een gesprek toezegt. Een dag later trekt ie dat aanbod weer in omdat dat van hogerhand wordt bevolen. Je doet nog meerdere malen een moreel appel op hem maar krijgt vervolgens geen enkele reactie meer.

Je vraagt je af waarom ik? Waarom was ik een prooi van een seksueel gefrustreerde?
Misschien dat de commissie Deetman met antwoorden komt. Eindelijk begrip, eindelijk gaat de deksel van doofpot.

Weliswaar is het allemaal pijnlijk en moeilijk.
Wel betekenen de tranen nu opluchting.
Weliswaar ben ik soms uit het lood geslagen,
maar voel me niet meer helemaal verloren.

Het raakt me telkens weer,
maar de tijd ervan te herstellen wordt steeds korter.

A3

Over de content van deze website wordt niet gecorrespondeerd.
Het zonder schriftelijke toestemming / aantoonbare bevestiging citeren uit, of herpubliceren van ongeacht welke content van deze website dan ook, is niet toegestaan.
Aanvragen hiertoe kunt u indienen: info@jongensvandonrua.nl