4. Als een soort menselijk schild hield ik me schuil tussen m'n kameraden ...

Het is maart 2010.
De pers en media hebben het stilzwijgen over seksueel misbruik op internaten en kostscholen doorbroken. De kranten en de nieuwsberichten staan bol van verdenkingen en schandalen van paters, broeders en nonnen, die in de jaren '60 en '70 kinderen op grote schaal hebben misbruikt, vernederd en onderdrukt. Op 3 maart komt er een e-mail bericht binnen via Schoolbank, die mijn naam hadden ontdekt in verband met mijn verblijf op Don Rua van 1961-1966, van de redactie van Rondom 10. Er volgde een telefoongesprek met een uitnodiging in het programma Rondom 10 op zaterdagavond 6 maart. Er werd verder in het telefoongesprek gevraagd wat mij was overkomen en door wie. Het antwoord heb ik niet gegeven, omdat het niet duidelijk was, wat er met deze gegevens zou worden gedaan. Verder heb ik geen gehoor gegeven aan de uitnodiging.

Uiteraard wel de uitzending gezien en de oudleerlingen Janne Geraets en Jaap Wolters herkend. Zij waren benaderd door de Werelomroep en de NRC, die de geheimzinnigheid hieromheen hebben doorbroken.

Voor mij draaide de film over het verblijf op Don Rua weer even helemaal terug. De ervaringen met pater P. stonden weer helder voor de geest en ook de nare ervaring met coadjuteur G. v. V. Geen twijfel over wat er zich heeft afgespeeld. Zoals beschreven in mijn eerdere jeugdherinneringen noemde ik pater P. met zijn speciale aandacht voor bepaalde jongens. Het fijne wilde ik er toen niet over schrijven om mijn geloofwaardigheid in het verhaal van toen te behouden.

Misbruik en intimidatie.
Pater G. de toenmalige algemeen directeur van Don Rua wordt opgevolgd door pater P.
Een relatief kleine man met een kaal hoofd en een sterke neiging tot een te amicale houding naar jongens.
Op een bepaalde manier was pater P. onder de jongens en gedroeg zich met de aandacht op zichzelf gericht. Aanmatigend als je niet inging op zijn wensen en verzoeken.
Iemand die angst inboezemde door z'n verraderlijke houding.

Tijdens het studeren in de studie-zaal stond hij vaak een lange tijd door het glas van de toegangsdeur te kijken om uiteindelijk een jongen te ontbieden in zijn kamer. Dit gebeurde ook mij, zonder enige aanleiding. Ik dacht iets misdaan te hebben en schrok. Ik was toen 14 jaar oud. Op zijn kamer aangekomen verzocht hij plaats te nemen op de bank buiten het gezichtveld van de deur, waar glas in zat. M'n hart klopte in m'n keel en hij begon te vragen hoe het ging, maar het gesprek veranderde al gauw in zijn ontevredenheid over mijn gedrag. Ik deed niet genoeg mijn best volgens hem en ik was me van geen kwaad bewust. Door de commotie raakte ik van slag en werd verdrietig. Ik voelde me weerloos.

Pater P. kwam naast me zitten op de bank en legde zijn hand op mijn borstkas als een soort troost. Hij merkte op dat hij dit niet zo bedoelde en begon mijn overhemd los te knopen richting gordel. Op dat moment vouwde ik mijn handen krampachtig in mijn schoot. Hiermee blokkeerde ik verdere aanrakingen aan mijn onderlichaam. Zijn aanrakingen hielden na een periode, die wel uren leken te duren, op een gegeven moment op. Het gesprek veranderde weer in waar het mee begon en dat ik toch eigenlijk niet voldoende mijn best deed. Als dit zo doorging, was er voor mij geen plaats meer op Don Rua en ik zou naar huis worden gestuurd. Mijn ouders zouden gebeld worden en worden verzocht mij op te komen halen, omdat ik onhandelbaar zou zijn geworden. M'n ouders zouden pater P. gelijk geven en ik zou in alles voor leugenaar worden uitgemaakt. Deze situatie wilde ik niet en onder dwang heb ik toegegeven, dat ik beter m'n best zou gaan doen en beter zou opletten. Maar ik wist niet hoe.

Halverwege het schooljaar en ongeveer een paar weken na het eerste voorval met pater P., werd ik weer bij hem geroepen. Ik was gaan disfunctioneren en had concentratieproblemen gekregen.
De studieresultaten waren weggezakt en ik wist niet wat er boven m'n hoofd hing. Bij pater P. op z'n kamer aangekomen werd ik weer naar de bank verwezen. Met grote ogen vertelde hij, dat het er niet al te best voorstond en kwam weer naast me zitten en begon weer aan me te zitten en zogenaamd medelijden te hebben. M'n overhemd werd weer opengeknoopt.
Opnieuw vouwde ik mijn handen krampachtig in mijn schoot. Pater P. werd geïrriteerd en werd boos.
Het was afgelopen met de studie op het gymnasium en nog een paar weken tot de grote vakantie mocht ik wel de studie blijven volgen.

In de vakantie zou pater G., die onze familie kende, langskomen om te praten over hoe verder. Het een en ander zou buiten mij om met m'n ouders worden besproken en kortgesloten. Als ik niet meewerkte was dit het einde van mijn verblijf op Don Rua. Pater G. komt in de vakantie op bezoek, met de mededeling, dat ik kon blijven op Don Rua, maar naar de Technische School zou gaan buiten de poort van Don Rua maar wel in 's-Heerenberg.

Toen ik mijn leerprogramma op de Technische School had opgepakt, werd ik weer bij pater P. op zijn kamer ontboden. Teleurgesteld over mijn degradatie in opleiding probeerde pater P. weer over te gaan om aan me te zitten. Ik wist toen te ontkomen en ben ontsnapt.

Daarna heb ik me altijd tussen medestudenten begeven als pater P. in de buurt was. Als een soort menselijk schild hield ik me schuil tussen m'n kameraden. Zijn pogingen werden hierdoor ontmoedigd. Toch gingen zijn handtastelijkheden door bij andere jongens. Getuigen hiervan kon ik niet, maar tegen de 100% vermoedens zijn er wel. Zijn slaapkamer was in de buurt van onze slaapzaal en de sluw als hij was, wist hij medestudenten naar z'n slaapkamer te lokken. Diverse jongens kwamen na een kwartiertje terug op de slaapzaal met een blik in hun ogen van verslagenheid.
Je kon toen wel raden, wat er zich had afgespeeld.

Een incident met coadjuteur G. v. V. op zijn persoonlijke kamer was de volgende.
Tijdens een rondleiding op de procuur van het provincialaat, waar van V. werkzaam was, liet hij me op zijn kamer binnen. De deur ging dicht en hij kwam dichtbij me staan.
Van V. vroeg of ik m'n broek en onderbroek wilde laten zakken. Hij wilde graag zien hoe het er bij mij allemaal uitzag. Dat weigerde ik en met grote verbaasde ogen greep hij me vast en vroeg me of ik hier nooit melding van wilde maken aan wie dan ooit. Ik rukte me los en wist te ontvluchten. Ook als hij in mijn bijzijn kwam, vluchtte ik tussen het menselijke schild van m'n kameraden.

De rode draad.
Het vertrouwen in iedereen, was ik kwijtgeraakt. M'n onschuld is me ontnomen. Het is ze niet gelukt mij echt seksueel te misbruiken.
Men heeft geprobeerd mijn wil te breken, dat nooit. Problemen zijn er ontstaan met autoriteit. In het leerlingstelsel, dat ik ging volgen na de Technische School bij een elektrotechnische firma kwam ik in het arbeidsproces en ging geld verdienen. Dit weeksalaris moest grotendeels worden afgedragen aan de boekhouder van Don Rua voor kost en inwoning. Hierdoor hadden mijn ouders geen kosten voor mij. In 1965 heb ik een poging gedaan om in het noviciaat te gaan in Assel. Al snel barste de bom. Twee medenovicen bekennen aan mij, dat zij een seksuele relatie met elkaar hebben. Ik koos voor mezelf en ging terug naar de wereld. Eenmaal thuis en terug was er geen begrip. Geen woorden van troost, geen hulp hoe verder te moeten. De desillusie voor m'n ouders moet te groot zijn geweest.

Waarom,
Waarom, begreep niemand mij
Waarom, was er dat misbruik
Waarom, ben ik geïntimideerd
Waarom, verdriet
Waarom, woede
Daarom, gevochten
Daarom, is er de rode draad in het leven.

A.T.

Over de content van deze website wordt niet gecorrespondeerd.
Het zonder schriftelijke toestemming / aantoonbare bevestiging citeren uit, of herpubliceren van ongeacht welke content van deze website dan ook, is niet toegestaan.
Aanvragen hiertoe kunt u indienen: info@jongensvandonrua.nl