22. "Wij moeten ook aan onze trekken komen ..."

Ik verbleef tussen augustus 1965 en ongeveer april 1968 (precies weet ik dat niet meer maar ik heb nog een document van maart 1968) in Huize Don Rua te 's Heerenberg. Ik was intern. 3 klassen van de Mulo heb ik extern op de R.K. ULO. school St. Paulus in 's-Heerenberg  gevolgd.  
 
Ik ben het 12e kind uit een gezin van 13 kinderen. Voor mijn ouders was het iedere dag weer sappelen. Dikwijls hadden zij grote financiële zorgen. Toch hebben mijn ouders het mogelijk gemaakt dat ik  in augustus 1965 naar 's-Heerenberg kon gaan.  Hoe? Is voor mij nog altijd een vraag. Ik was veertien jaar en wist van de wereld niks af. We waren net verhuisd. 's-Heerenberg was voor mij aan het einde van de wereld.

Met de leiding van 's-Heerenberg had mijn moeder afgesproken dat ik gehaald zou worden. Rond die tijd moest men toch in het noorden zijn. Een paar dagen voordat de meeste jongens op Don Rua kwamen was ik er al.  Wat voelde ik me eenzaam.  Ik was veel in de tuin te vinden en zat aan de rand van het lege en smerige zwembad te huilen. Tijdens deze dagen heeft Pater P. me af en toe opgezocht. Hij wilde me troosten en vroeg me of ik wel eens hazelnootbomen had gezien. Vanaf het zwembad liepen we naar de hazelnootbomen, ondertussen pakte hij me stevig vast en vroeg hij of  ik nog heimwee had. Ik was totaal niet gewend dat een vreemde mij vastpakte. Zelfs mijn vader heeft dat nooit gedaan, (Dit zijn de gedachten die veel later bij mij opkwamen) .

De eerste tijd verliep, buiten mijn heimwee om, het leven op Don Rua zoals ik het wel een beetje had verwacht. Na het opstaan, moesten er aardappels gepit worden, daarna meteen naar de kapel en ontbijten. Na het eten had je allemaal een taak te doen. Daarna gingen we in groepjes naar de U.L.O. in het dorp. Ik heb verschillende baantjes gehad. Twee heb ik onthouden. De kamer (s) van de directeur onderhouden en koster van de kapel.  Had ik ze maar niet gehad. Had iemand er invloed op wat voor baantjes je kreeg?

Mijn eerste niet prettige herinnering was dat de directeur me uit het studielokaal haalde. Hij kwam het lokaal niet binnen maar wenkte me door het raam. Het raam zat in de deur.  Ik was me van geen kwaad bewust en wist niet wat de bedoeling was. Op zijn kamer hield hij eerst een algemeen praatje en daarna vroeg hij of ik al voorlichting had gehad. (ik wist niet wat hij bedoelde). Tijdens zijn verhaal, begon hij zijn knoopjes van zijn overhemd los te maken en wreef met een hand over zijn borst en werd naar mij handtastelijk. Ik vond het maar niks en luisterde niet naar zijn woorden.  Ik was bang  en vanaf dezelfde nacht was ik ineens niet meer zindelijk. Ik schaamde me dood. Wist niet wat ik moest doen, ik had maar drie stel beddengoed.  Op het laatst toch maar naar de directeur (oh wat voelde ik mij beroerd en schaamde me diep) . Hij vroeg hoe een en ander kon gebeuren. Hij zou zorgen dat mijn natte linnengoed gewassen werd en dat ik af en toe  gewekt zou worden.  Ik moest van hem naast hem komen zitten. Na een poosje begon mij aan te halen en me te strelen.  Vanaf dat moment kreeg ik leukere baantjes en mocht ik helpen bij het grote diner voor de notabelen van 's-Heerenberg en omgeving. Dit diner werd jaarlijks rond 31 januari gegeven feestdag  van de Heilige Don Bosco. 
 
Wat er tijdens mijn schoonmaakwerkzaamheden  in de kamers van pater P., de kapel en tijdens het ophalen van flessen wijn uit de wijnkelder en gedurende een ziekte van mij (ik moest toen op een zeer vreemde kamer liggen) is gebeurd kan en wil ik niet nader omschrijven, maar ik kan u wel zeggen dat dit het daglicht niet kan verdragen. 
 
Op een gegeven moment kon ik een en ander niet langer verdragen. Pater P. negeerde ik steeds meer. Ik wist niet met wie ik veilig kon praten. Omdat ik niet intern op school kon ik mijn post normaal verzenden via de PTT. In het dorp stonden wel brievenbussen.  Maar op een gegeven moment kreeg ik de vraag van Pater P. : "Stuur je geen brieven meer naar huis?" Op school wou het niet meer en mijn beoordelingen in Don Rua werden ook slechter. 
 
Dat de leiding van Don Rua niet wist wat er onder hun dak gebeurde betwijfel ik zeer.
Op een dag kregen we als groente bij de warme maaltijd doperwten  en wortelen. Ik kon het niet door mijn keel krijgen en heb bij het afruimen van de tafel ook mijn bord tussen de andere borden gestapeld  en bij de afwas gezet. Al gauw moest ik bij K.S. komen en alsnog mijn bord leeg eten. Dit deed ik niet. Tot driemaal toe kreeg ik de koude prak als maaltijd geserveerd.  Ik heb volgehouden om niet te eten. Op een gegeven moment werd K.S. zo boos op mij dat hij mijn bril van het hoofd sloeg.  Ik begon te huilen en hij zei tegen mij: "Zo nu kun je weer met je verdriet naar je grote vriend toe".  Ik wist wie hij hier mee bedoelde.  En pas veel later realiseerde ik mij wat hij er mee heeft bedoeld.       
 
Op een "goede" dag heb ik mijn tas gepakt en ben zover mogelijk gaan lopen (ondanks dat de bushalte tegenover Don Rua was). Via omzwervingen ben ik  bij een zus van mij terecht gekomen. Hier ben ik goed opgevangen, maar de juiste redenen van mijn vertrek heb ik haar niet direct verteld, maar volgens mij had ze het wel snel door. Mijn zus heeft in eerste instantie mijn ouders verteld dat ik uit 's-Heerenberg weg was. 
 
Na een poosje zijn mijn spulletjes door een pater van Don Rua bij mijn ouders gebracht. Door hem werd aan mijn moeder verteld dat ik niet in het systeem paste en dat dit de reden van mijn vertrek was. Mijn vader mocht  van de pater niet bij het gesprek aanwezig zijn!

Na mijn vertrek uit 's- Heerenberg ben ik om bij te komen nog een lange periode bij mijn zus in huis geweest. Tevens stond ik toen onder begeleiding van een arts, wat niet veel hielp want hij wist niet wat die moest behandelen. Ik hield mij immers stil, ik schaamde mij, hierdoor leef ik met vele vage klachten zitten. Intussen begreep ik voor mezelf  heel duidelijk dat ik aan het werk wilde en niet meer een dagopleiding op school zou gaan volgen, ook al was dit wel jammer.
Het liefst wilde ik in de verpleging en dan ook meteen op kamers. Ik kon heel moeilijk mensen om mee heen verdragen. Gelukkig vond ik werk in de zwakzinnigenzorg en kon daar tevens een kamer krijgen. Heerlijk was het, privé had ik vrijheid en het werk en de studies gingen uitstekend. Ik voelde zeer happy.

Totdat er onverwachts iets ging knagen aan mij. Ik begeleidde hoofdzakelijk jonge jongens. Ondanks dat ze mondeling  zich bijna niet konden uiten, gaven ze vaak duidelijk aan wat ze wilden. Ze kropen op je schoot, hingen tegen je aan etc. Op een gegeven moment (was er al twee jaar aan het werk), zag ik voor mij wat Pater P. met mij heeft gedaan in 's-Heerenberg. Ik werd bang voor mezelf, angstig dat ik dat met deze aardige jongens zou doen. Op een gegeven moment kon ik er niet meer tegen en heb na een normale werkdag medicijnen van de afdeling meegenomen en getracht me van het leven te beroven. Ik heb een paar dagen in coma gelegen. Nadat ik weer een beetje tot mijn positieven kwam werd ik verschrikkelijk kwaad, omdat men mij niet had laten gaan. Ze hadden mij  gered. Voor mij was het geen redding, De redder dacht alleen aan zichzelf ! 

Na een hele lange tijd krabbelde ik weer een beetje bij de wal op. Maar mijn problemen van 's-Heerenberg , de angst dat ik iemand wat zou aandoen waren niet opgelost. Gelukkig kreeg ik een leuke baan in de Horeca. Lange tijd ging het uitstekend met mij. Ik leerde mijn geaardheid accepteren en ontdekte ook dat je homosexueel kunt zijn, zonder dat je anderen misbruikt. Tevens accepteerde ik dat Pater P. mij niet homosexueel heeft gemaakt maar dat ik van nature homosexueel was. Deze strijd is heviger voor mij geweest dan dat de meeste mensen in mijn omgeving hebben gedacht.     
Op een gegeven moment is het weer helemaal fout met mij gegaan.  Veel later ben ik weer bij mijn huisarts geweest en die zei toen tegen mij: "je moet je voor je verleden laten behandelen en niet voor het heden". Ik heb mij altijd afgevraagd wat hij meer wist dan ik.   
 
Na vele baantjes in het land  ben ik gaan werken in de Horeca en weer in mijn geboorteprovincie. Deze jaren heb ik in redelijke regelmaat doorgebracht, met af en toe een flinke depri.  In 1978 heb ik mijn partner leren kennen, wij wonen nu 31 jaar samen. Hij is de spil geworden in mijn leven, ondanks dat de jaren van 's-Heerenberg af en toe zwaar op onze relatie hebben gedrukt. Vrij in het begin van onze relatie heb ik mijn partner verteld over mijn jaren 's-Heerenberg, echter wij hebben stilzwijgend afgesproken met elkaar dat ik niet inhoudelijk ga vertellen wat er praten wat er precies is gebeurd tussen pater P. en mij.  Ook in dit verhaal heb ik dat niet gedaan. 
 
Sinds december 1985 was ik ambtenaar, tot voor 3 jaar heb ik dit werk (en meer dan dat) tot volle tevredenheid gedaan.  Goed twee jaar geleden krijg ik een nieuwe teamleider die op alle mogelijke manieren mij beledigt en klein wil krijgen. Veel van de zaken komen op andere wijze overeen de jaren 's-Heerenberg. Op een gegeven moment heb  ik een flinke burn-out gekregen en loop nu al twee jaar bij een psycholoog en ben intussen 3 maanden opgenomen geweest in het Jelgerhuis van de GGZ. En op het programma staat voor straks een traumatherapie in verband met mijn verleden in 's-Heerenberg. Op dit moment ben ik voor de WIA-WGA 80/100% afgekeurd voor de periode van 3 jaar. 
 
Enkele jaren nadat ik uit 's-Heerenberg ben weggelopen heb ik nog contact gehad met Pater P. (volgens zijn zeggen werkte hij toen in het ziekenhuis in Emmerich). Ik heb hem opgezocht, want ik wilde weten waarom, waarom. In eerste instantie ontkende hij alles. Ik had het mij ingebeeld. Later toen we zaten te eten en de raamluiken dicht waren probeerde hij het weer bij mij. Ik was perplex. Ik vroeg waarom hij dat deed en hij zei: "Wij moeten ook aan onze trekken komen." Hij heeft nooit gedacht aan mij hoe mijn leven door zijn egoïsme  zich verder zou ontwikkelen.      
 
Vlak (december 2002) voordat mijn moeder ziek werd en naar het verpleeghuis ging (waar zij bijna 1,5 jaar bewust heeft gezwegen) begon ze met mij over de jaren 's-Heerenberg en over mijn geaardheid.  Na mijn vertrek uit 's-Heerenberg in 1978 heeft zij niet meer met mij over de reden van mijn vertrek gesproken. Tijdens het gesprek begon ze te huilen. Ze vond het verschrikkelijk dat ze mij toen niet had geloofd, ze kon er niet over spreken om dat ze de berichtgeving uit 's-Heerenberg geloofde en mij niet. Ik wist niet dat het nog zoveel pijn deed. Ik dacht altijd dat het mij alleen pijn deed.
 
Wat hebben de jaren dat ik in Don Rua was met mij gedaan met mijn de verdere ontwikkeling. 
       
- Bewust of onbewust uitbannen van mijn verleden
- Slecht kunnen concentreren
- Opleidingen niet afgemaakt (als ik kijk naar mijn broers en zussen hebben die het verder geschopt dan dat ik gedaan heb)
- Veel uitval tijdens mijn functies gehad door overspannenheid/burn-out, hierdoor moest ik dikwijls van functie veranderen.
- Moeilijkheden in de relatie.
- Erg gesloten zijn.
- Moeilijk voor jezelf opkomen.
- Wantrouwen.
- Geen doelstelling hebben
- Niet gebonden zijn aan het leven
- Een hekel hebben aan Machtspersonen 
 
Er zullen er nog wel meerzaken zijn waarvan ik nu niet weet of die  met mijn verleden in 's-Heerenberg te maken hebben.
Verwachten doe ik bijna niets (zie boven bij gevolgen) maar ik hoop wel dat er iets met mijn verhaal gedaan wordt.
 
 
 
Wat verwacht ik van de commissie Deetman?
 
Dat zij:
• de nog in leven zijnde geestelijken van de Salesianen van Don Bosco oproepen en confronteren met deze aangifte.
• de nog in leven zijnde salesianen van Don Bosco schuld laten bekennen voor wat zij gedaan hebben en voor wat hun overleden medebroeders hebben nagelaten. En niet zelf als slachtoffer naar voren treden.
• een schadevergoeding regelen voor de huidige kosten en voor schade uit het verleden.
• medezorg dragen voor afschaffing van het feit dat "foute geestelijken" hun fouten alleen maar aan de kerkelijke rechtbank mogen mededelen. Het is een buitenspel zetten van de civiele rechtbank. Dit is wettelijk onrechtmatig. 
• veroordelen en eisen tot intrekking van het geheim document van de kerk uit 1962, het "crimen pessimum".
• officieel eisen dat het hoogste Kerkelijk gezag (nationaal en internationaal) dit officieel verwerpt en intrekt.  
 
 
In maart 2010 schreef ik onderstaand gedichtje:
 
Waar was jij toen ik dacht dat ik veilig was?
Waar was jij toen mijn ouders dachten dat ik veilig was?
Waar was jij toen ik je nodig had?
Waar was jij toen ik gebruikt werd?
Waar was jij toen ik wegliep uit 's-Heerenberg?
Waar was jij toen je waarschijnlijk werd voor gelogen over mijn vertrek?
Waar was jij toen mijn familie werd voorgelogen over mijn vertrek?
Waar was jij toen er zogenaamd beleid werd gemaakt?
Waar was jij toen het beleid uitgevoerd werd?
Waar was jij toen je er achter kwam dat veel misbruikten, zonder enige hulp op eigen benen moesten staan?
Waar was al die jaren dat ik worstelde met mijn ik zijn?
Waar ben je nu?
 
Ik weet het niet, maar ik weet wel dat ik je niet heb gezien.
 
 
Het schrijven van bovenstaande heeft me veel moeite en energie gekost. Vele natte ogen heb ik tijdens het schrijven gehad.           
 
CA 
 
Soms heb ik in bovenstaande bepaalde uitspraken aangehaald, de juiste woorden weet ik soms niet meer maar wel de strekking waarom het ging.
 

Over de content van deze website wordt niet gecorrespondeerd.
Het zonder schriftelijke toestemming / aantoonbare bevestiging citeren uit, of herpubliceren van ongeacht welke content van deze website dan ook, is niet toegestaan.
Aanvragen hiertoe kunt u indienen: info@jongensvandonrua.nl