20. Psychopaters . . .

De psychopaters van Don Rua

Op verzoek van een studiegenoot schrijf ik met veel tegenzin dit verhaal. Hij had me al eerder gevraagd mijn relaas op papier te zetten of naar een bijeenkomst van slachtoffers te komen. Het lukte mij om tegen dit verzoek nee te zeggen, een vaardigheid die ik me heel moeizaam eigen heb gemaakt: nee zeggen. Het is zo simpel, drie letters, maar doordat ik in mijn vroege jeugd in mijn autonomie verkracht ben kon ik me lange tijd niet verzetten tegen eenieder die mij 'in bezit wilde nemen': mijn lichaam, mijn energie, mijn tijd... Het was alsof ik daarover niets te zeggen had.
Ik word liever niet aan deze duistere periode uit mijn leven herinnerd die ik met veel moeite overwonnen heb. Ik leef liever in het nu dan weer terug te kijken. Dat heb ik meer dan genoeg gedaan, of erger, noodgedwongen gemoeten om verder te kunnen met mijn leven. De reden om dit alles op te schrijven is dat mijn gevoel van solidariteit aan allen die al getuigden uit zuivere naastenliefde het heeft gewonnen van mijn afkeer naar de emotionele pijn die dit schrijfsel bij mij oproept. Om een beetje in de sfeer te komen heb ik op de achtergrond kerkmuziek van You Tube lopen.
Ik kom uit een katholiek, agrarisch gezin bij wie in de familie 22 religieuzen kloosterling waren geworden, van wie enkele zeer succesvol waren. Pater G. kwam bij ons en zag 'dat ik geroepen' was. Op een zilveren priesterfeest van één van de paters van Don Rua had ik mijn introductieweekend. In mijn naïviteit dacht ik dat Don Rua een synoniem voor de hemel was.

Ik verbleef van 1967 tot 1970 in Don Rua. Ik was graag in 's-Heerenberg. Altijd wat te doen. Veel leeftijdgenoten om mee te voetballen of spelletjes te doen. Lekker eten. Het eerste jaar verliep heel prettig met kleurrijke en integere docenten en begeleiders. Ik vond het er veel fijner dan thuis, totdat ik in het tweede jaar kwam…

Pater A. M. gaf mij de aandacht waarnaar ik zo vaak hunkerde. Hij gaf mij het gevoel speciaal te zijn. Ik kreeg de eer om in de ochtend als corveedienst zijn kamers te poetsen. Dat was veel fijner dan de trappen met een loodzware blok te boenen wat ik daarvoor had gedaan. Hij had twee tegenover elkaar liggende kamers in de linker vleugel en was prefect, maar verre van perfect. Het begon met de mededeling op een zaterdagmiddag dat ik 'stonk' en me moest gaan douchen. Dit was tegen het gebruik in, want douchen deden we normaal 's morgens, na het sporten en een enkele keer 's avonds. Ik sputterde nog wel tegen, maar hij zei dat ik erg 'stonk', dat iedereen het kon ruiken en dat ik me daarom onmiddellijk moest gaan douchen. Ik was gehoorzaam aan zijn gezag…
Het was circa 15.00 uur. Er was niemand op de slaapzaal of in de doucheruimte, die net achter het blok lag met de wasbakken. Ik was bijna klaar toen A. M. mijn douchecabine inkwam. Hij wilde me uitleg geven over hoe ik me goed moest wassen. Hij schoof de voorhuid van mijn eikel en vertelde dat daar zich soms talg ophoopte. Hij deed voor hoe ik dat er af moest wassen. Vervolgens kreeg ik 'les' in hoe ik me moest afdrogen. Hij drukte mijn naakte lichaam helemaal tegen zich aan en ik voelde dat hij een erectie had. Op zijn grijszwarte kostuum tekenden zich donkere vlekken af die als bewijs van aanraking met mijn natte lichaam waren achtergebleven.

's Ochtends als ik zijn werkkamer poetste liet hij 'pardoes' zijn sigaretten liggen. Als domme muis pikte ik van zijn kaas, niet beseffend dat dit een valletje was. Hij kwam zijn sigaretten dan halen als ik op zijn kamer was en merkte dan op: 'Gò zitten er nog maar zo weinig sigaretten in het pakje', terwijl hij me onderzoekend aankeek... Het vaakst kwam hij als ik zijn slaapkamer poetste, want deze lag aan een zijde met een raam aan de boomgaard waar verder niemand kwam. Hij 'knuffelde' me dan, maar het voelde als opgeilen. Ik verstijfde. Hij drukte mij het liefst tegen zich aan als ik de wasbak schoonmaakte. Deze lag vol met stoppeltjes van zijn zwarte baard. Hij wreef zijn gezicht tegen mijn gezicht. Soms waren mijn wangen en hals helemaal rood van het geschuur van zijn zware stoppeltjesbaard.

Het drukte zwaar op mij, maar ik wist niet hoe mij daaraan te onttrekken. Ik droeg de last alleen en ging steeds krommer lopen. Regelmatig duwde hij mijn schouders recht en zei tegen me: 'Sammy, waarom loop je zo gebogen?' Kort daarop preekte hij daarover in de kapel. Hij keek me streng aan en herhaalde de zin: 'Sammy, waarom loop je zo gebogen? Kijk omhoog Sammy, kijk omhoog Sammy!' Ik schaamde me dood. Ik had het gevoel dat iedereen naar mij keek. Ja, A. M., ik heb naar boven gekeken en zag hoe Onze-Lieve-Heer schreide toen hij zag wat jij als dienaar Gods met onschuldige kinderen deed. Jarenlang heb ik een aversie gehad tegen afgeschoren baardhaartjes, van mijn vader, van mijn broers, ja zelfs van mijzelf. Liet ik daarom mijn baard staan?

A. M. kwam ook op onze slaapzaal, soms als vervangende slaapwacht en soms om te controleren. Hij kwam me dan goed instoppen en 'controleren' of ik mijn onderbroek wel uit had gedaan. Wij moesten namelijk in 'onze blote' in de pyjamabroek. Hij kwam dan met zijn hand onder de dekens voelen of alles in orde was. Vervolgens bleef hij een kwartier aan mijn bed zitten. Hij streelde mijn borstkast, mijn gezicht, mijn haren… Hij fluisterde soms heel zacht en kreeg een andere ademhaling die ik later herkende als 'ademhaling bij seksuele opwinding'.

Pater A. M. had mij in het derde jaar wederom zijn kamers voor de corveedienst aangeboden. Ik koos er vrijwillig voor om de gang op zaterdag te schrobben, een klus die de meeste liever niet deden. Om mij op andere gedachten te brengen herhaalde M. zijn aanbod en toen ik dat wederom afwees kreeg ik er nog een andere extra corveedienst bij. Het was mij de prijs wel waard.
Ik wist hem steeds beter te ontwijken, maar de dreiging bleef. Hij had me namelijk uitgenodigd om bij hem seksuele voorlichting te krijgen. Deze gaf hij op zijn slaapkamer. Hij prees het aan als een bijzondere gunst. Een andere jongen met wie ik wel eens optrok, had van hem al de voorlichting gehad. Ik herinner me nog altijd de keren hoe hij daarvan terugkwam. Hij wilde mij niet vertellen wat M. te vertellen had of wat er gebeurde. Het vuurrode hoofd zei mij echter genoeg. Het lukte mij om uit de kamer van pater A. M. weg te blijven.

Toch kwam hij nog wel eens bij ons op de slaapzaal. Ik hield me in het vervolg klein en stil en deed alsof ik als een blok in slaap viel. Ik hield hem echter angstvallig in de gaten en kende zijn andere 'lievelingen'. Ik kreeg pas rust als hij de slaapzaal verliet of als hij bij een andere jongen op de bedrand ging zitten.

In het derde jaar was L. W. mijn groepsleider. Hij viel met zijn vette lijf op mollige jongens, een categorie waartoe ook ik behoorde. Ik had mijn typediploma gehaald. L. had voor mij soms typeklussen. Ik vond het een eer dat ik het boekje voor de sportdag uit mocht typen. Het moest echter snel af zijn en daarom mocht ik 's avonds op zijn kamer nog aan de klus doorwerken én roken. Het was bloedheet op zijn kamer. L. kwam verkoeling brengen. Hij deed mijn bloes uit en maakte de knoopjes van zijn eigen bloes los. Hij streelde me en begon steeds zwaarder te ademen. Terwijl ik probeerde door te typen bleef hij mij strelen, minstens een kwartier, maar voor mij een eeuwigheid. Hij maakte de knoop van mijn broek los, hij schoof de ritsluiting iets naar beneden… Als bevroren bleef ik zitten. Ik stopte met typen. L. stopte ook… Later kwam hij regelmatig naar mij op de slaapzaal en ging dan naast me zitten. Het bleef bij strelen en mij half ontkleed tegen zich aandrukken. Soms was hij zo opgewonden dat het zweet van zijn hoofd stroomde. Het voelde niet goed. Ik ben mensen die mij aardig vonden gaan wantrouwen en mensen die mij bijzonder gunstig gestemd waren al helemaal. Zelfs het krijgen van een warme knuffel is voor mij verdacht…

Zo zijn er wel meer gebeurtenissen die richting seksueel misbruik gaan in mijn Don Rua jaren, wat ik zelf mee heb gemaakt. Ik zag hoe sommige paters met andere jongens 'omgingen' ook al wist ik er het fijne niet van. Ik heb bovenstaande twee personen in het bijzonder vermeld omdat ik het stuitend vind dat L. de Willibrordplaquette en een LW-plein en A. een Koninklijke onderscheiding heeft gekregen. Dat hare Majesteit dat heeft behaagd… Majesteit, je moest eens weten…

Ik ben later Theologie gaan studeren. In mijn eerste jaar werd ik door een dertiger en 12de(!) jaars theologiestudent seksueel misbruikt. Hij had mij dronken gevoerd. 's Morgens werd ik wakker. Mijn margarinekuipje Gouda's Glorie stond naast mijn bed. Op mijn vraag wat daarvan de reden was begon hij stom te lachen. Ik heb jarenlang geen margarine op mijn brood gesmeerd… Bij sommige hoogleraren moest ik mijn tentamen niet op de universiteit doen, maar bij hen op een kamer in hun klooster. Ik zal het moment nooit vergeten dat de kamerdeur op slot ging en de sleutel in zijn onderbroek verdween. Als ik van de kamer wilde, dan wist ik waar ik de sleutel kon vinden. Zonder mijn hand in zijn broek te doen lukte het mij de sleutel zijn broek 'uit te lullen'. Eindelijk was ik me aan het losmaken. Maar toch, tentamen doen in een kamer in een klooster bracht veel onrust en dat niet alleen door de onzekerheid of ik de stof wel beheerste… Na vijf jaar ben ik met de Theologiestudie gestopt.

Na veel persoonlijk leed ben ik al worstelend tussen mijn 29ste tot mijn 36ste levensjaar losgekomen van mijn verleden. Ik heb me bij de katholieke kerk uit laten schrijven. Ik ben gehuwd met een vrouw die met mij mijn kruistocht van de wederopstanding heeft doorlopen en die me weer op de been hielp als ik onder mijn kruis dreigde te bezwijken. Hinder van het misbruik heb ik jarenlang in ernstige mate gehad. Ik had ondermeer een reflex op mijn bilspieren die vergelijkbaar is met een vaginistische reactie. In mijn fysieke affectie naar mijn twee bijna volwassen dochters voel ik me geremd, maar ik kan het hanteren.
Ik ben afgestudeerd op 'Seksueel misbruik bij jongens'. Behalve een academische proeve van bekwaamheid was het voor mij ook een weg om het verleden achter me te laten. Ik ben nu werkzaam als psychotherapeut. Het werk geeft me veel voldoening.

Ik ben erg teleurgesteld in hoe de katholieke kerk in zijn algemeenheid op het seksueel misbruik heeft gereageerd. Ook bisschop en voormalig provinciaal A. v. L. is voor mij door de mand gevallen. Ik had hem hoog zitten en vond hem vaak wijs opereren, maar nu mag hij van mij zijn naam laten veranderen in A. Pilatus. Mijn gelatenheid naar de katholieke kerk is veranderd in een gevoel van: hoe eerder het katholieke zooitje ten gronde gaat, hoe groter de zegening voor onze maatschappij…
Ik heb ooit overwogen om een boek te schrijven over de Psychopaters van Don Rua, de jongetjesronselaars van Don Bosco. Elk jaar denk ik hieraan, op de verjaardag van mijn vrouw, op de verjaardag van hare Majesteit die A. een ridderlijk lintje gaf, op de feestdag van Don Bosco. Het is namelijk dezelfde dag: 31 januari.
Ik hoop vanuit mijn volle compassie met alle slachtoffers dat zij rust en vrede in zichzelf vinden. Ik hoop dat de slachtoffers die in grote nood zijn gekomen, financiële bijstand krijgen als sprankel van genoegdoening. Geen geldbedrag kan echter de gestolen en vernielde jeugd compenseren, geen geldbedrag kan een geruïneerd leven restaureren. Als de kerk waarlijk collectief berouw heeft dan laten ze dat maar zien door ruimhartig de slachtoffers met klinkende munt tegemoet te treden. Ik zal geen claim indienen, alleen al omdat ik nu andere dingen te doen heb en geen zin meer heb in terugkijken. Mijn pijn is genoeg geleden!

Boeten, het woord komt uit het Hebreeuws en is een woord uit de visserswereld, voor het boeten van een kapot visnet, ofwel de kapotte touwtjes heel maken. Het boeten van de katholieke kerk zou de basis kunnen zijn voor het herstel in het vertrouwen in deze kerk en als zuivering voor zichzelf. De boetedoening van alle psychopaters komt voor mij echter te laat...

Sammy (*)

(*) De naam Sammy is een pseudoniem. Sammy loopt niet langer gebogen...

Over de content van deze website wordt niet gecorrespondeerd.
Het zonder schriftelijke toestemming / aantoonbare bevestiging citeren uit, of herpubliceren van ongeacht welke content van deze website dan ook, is niet toegestaan.
Aanvragen hiertoe kunt u indienen: info@jongensvandonrua.nl