18. "Daar moest ik op zijn eenpersoonsbed gaan liggen met mijn broek naar beneden . . ."

Ik ben een gelukkig man, heb in S. een lieve vrouw die onvoorwaardelijk van me houdt en ik van haar, ben vader van drie volwassen kinderen, met wie ik een goede band heb. Binnenkort zal ik voor de tweede maal opa te worden. Eerder was ik gehuwd met J.; zij is de moeder van de kinderen. S. is gereformeerd en J. vrijzinnig hervormd. Dat verklaart waarom ik meer protestant ben dan de katholieke jongen van weleer. De Kloosterkerk is de laatste zeven jaren mijn thuishaven. Ik heb vijf jaar met veel plezier gezongen in het kerkkoor tot onze verhuizing naar D.
In mijn dagelijks leven ben ik ambtenaar met een mooie loopbaan in het openbaar bestuur; tegenwoordig ben ik als interimmanager werkzaam op uiteenlopende opdrachten bij het Rijk. Heb twee studies gedaan. Ik voel me gewaardeerd om wie ik ben en wat ik kan. Ik leid met mijn vrouw en kinderen een gelukkig bestaan.
Maar er is ook een schaduwkant die ik al decennia terug verwerkt heb maar waaraan ik sinds twee jaar vaker terugdenk. Zal de leeftijd zijn. De aanleiding voor dit stukje levensverhaal is de recente mediaandacht voor sexueel misbruik in de RK kerk, te beginnen in huize Don Rua

Mijn jeugd in Z. 1951 - 1963
Mijn naam is L. S., 58 jaar, en ben geboren in Z. Ik kom uit een rooms-katholiek lagere middenklassegezin met zes kinderen, twee meisjes en drie jongens. Ik ben de oudste van de jongste drie.
In Z. was er een katholiek minderheid in een overwegend links/liberale en protestantse omgeving. Begin jaren vijftig kwam de emancipatie van de katholieken sterk op, er werd gecollecteerd voor een eigen ziekenhuis.
Thuis lag de nadruk op goed leren en je best doen op school. Mijn ouders hadden de kans niet gehad. Mijn vader was op zijn 14e begonnen als loopjongen en heeft zich met avondstudie opgewerkt tot boekhouder en personeelschef van een bedrijf . Om met mijn moeder te kunnen trouwen is hij, van huis uit protestant, vroom katholiek geworden. Mijn moeder kon als kind goed leren op de ulo maar moest in de derde klas van school om haar moeder die aan kanker leed thuis te verzorgen en van en naar het Anthony Leeuwenziekenhuis te brengen.
Mijn oudste broer ging naar de universiteit en mijn zus naar de kweekschool. Dat kostte mijn ouders veel geld want mijn vader was kostwinner en verdiende net boven de ziekenfondsgrens waardoor er niet of beperkt recht was op een studiebeurs. We gingen nooit met vakantie, daar was geen geld voor.

Mijn een na oudste broer ging naar het klein-seminarie van de salesianen in Ugchelen. Mijn zusje kreeg als peuter acute rheuma en lag 1,5 jaar in het ziekenhuis. Over haar gezondheid hadden mijn ouders zeer veel zorgen. Na de jongensschool ging ik vanaf de tweede klas naar de nieuw gebouwde Don Boscoschool, een gemengde lagere school, inderdaad vernoemd naar de stichter van de salesianen, maar daar had ik toen nog geen weet van.
Ondanks dat we het thuis niet rijk hadden, heb ik een redelijk gelukkige jeugd gehad. Ik was een vrolijk en blij jongetje, verliefd op juffrouw vd B. van de derde klas. Ik liep altijd met haar op van en naar school. Ook een beetje verliefd op Y. S. die met mij was voorbestemd – we konden het beste leren van de klas – om naar het (katholieke) Geert Groote College te gaan. In klas 6 reisden we in een groepje van 5 elke woensdagmiddag naar het GGC om voorbereid te worden op het toelatingsexamen. Ik slaagde met vier achten. Wat was ik trots.
In het jaar daarvoor was ook mijn jongste broer geboren, een nakomertje. We woonden in een klein huis en het was behalve met geld ook woekeren met ruimte en bedden. Ik sliep op zolder bij mijn oudste broer in bed.

1963: ontvoering naar 's Heerenberg
En toen kwam er op zekere dag een man in een zwart pak en een witte boord , pater G., langs bij mijn ouders. Ze praatten met elkaar in de voorkamer achter gesloten suitedeuren. Na afloop nam hij mij in zijn auto mee naar 's-Heerenberg voor een weekje vakantie, pruimenplukken en zo. De eerste keer weg van huis en een heuse zomervakantie bovendien. Heerlijk. Maar enige tijd daarna was het uit met de pret. Ik werd door mijn ouders weggebracht met koffer en al naar de bushalte van de GTW richting Doetinchem en daar overstappen naar 's Heerenberg. Ik sliep op een slaapzaal met nog zeker 40 andere jongens, maar wel in een eigen bed. Dat eerste jaar zouden we drie keer met vakantie naar huis mogen, met Kerstmis, met Pasen en de grote vakantie. Ik was nog maar 12.
Uit mijn geheugen was gewist dat ik toelatingsexamen voor het GGC had gedaan en dat mij dat ook heel leuk had geleken.... Ik kan er nu nog steeds boos om worden, ik voel me achteraf om de tuin geleid door mijn ouders. Er is niet met mij over gesproken. Zij zullen de beste bedoelingen hebben gehad en het argument van een gedegen opleiding met studiebegeleiding telde vast zwaar. En het was niet nieuw want mijn oudere broer was me zes jaar daarvoor voorgegaan.


2008: langs de snelweg Oberhausen- Arnhem komen herinneringen boven aan mijn verloren jeugd in 's Heerenberg 1963 -1969.
Als ik uit de richting Oberhausen over de snelweg rijd – en dat gebeurt vaker sinds we een huisje hebben in Oostenrijk - , houd ik onwillekeuring even in ter hoogte van Emmerich. Even later zie ik dan huize Don Rua in de verte aan de rechterkant liggen. Daar heb ik gewoond van 1963 tot 1969. En daar ben ik door een jaargenoot, F. S., op een avond in mijn kruis gegrepen in een verlaten klaslokaal. Dat was mijn eerste kennismaking met sexualiteit. Ik was toen 13/14. We zouden elkaar daarna geregeld blijven 'zien'. Dat – die stoeipartijen dus - heeft wel geduurd tot in de derde klas. Ik voelde me daarover heel dubbel, aan de ene kant vond ik het spannend met al die hormonen in mijn lijf maar aan de andere kant voelde ik me meer beschaamd en schuldig. God zag immers alles, en vanuit de hemel ook mijn overleden opa. Uiteindelijk kwamen onze zonden uit. We werden ieder apart bij de directeur, pater P., op de kamer geroepen en daarbij vermanend toegesproken. Er was de dreiging te worden heengezonden. Het zou echt heel beschamend zijn geweest als ik zo mijn ouders onder ogen had moeten komen. Want mijn broer was namelijk al teruggekeerd naar huis, als novice uitgetreden tot verdriet van mijn ouders. Ik toonde berouw en voelde tegelijkertijd ook opluchting. Die jongen en ik hebben elkaar nadien gemeden. Maar de schaamte over het gebeurde bleef.

Vervolgens, als ik de grensovergang voorbij ben, kom ik langs de afslag richting Zevenaar. Daar vlakbij ligt Babberich en een voormalig nonnenklooster. Niet lang na het onderhoud op de kamer van de directeur, voor mijn gevoel enkele maanden daarna, zocht een van de paters toenadering tot mij. Hij was geen docent, ik had althans geen les van hem. Hij had wel op de patersgang in huize don Rua gewoond maar was opeens verhuisd naar het nonnenklooster in Babberich, herinner ik me. Daar had hij een kamer. Ik heb toen gedacht dat hij daar aalmoezenier of huispastor was. Achteraf zou een verklaring kunnen zijn dat hij door het bestuur van de salesianen niet zonder reden daarheen is verbannen.
Die toenadering zal zijn geweest toen ik 14/15 jaar jong was. Dan kwam hij zondagmiddags aangereden met zijn Dafje over het grind van de oprijlaan van Don Rua en nam mij mee uit rijden. Dat was natuurlijk wel leuk want dan had je een verzetje en kwam je buiten de muren en zag en rook je de buitenwereld. Want ik hield niet van voetballen en dan kon je vervolgens alleen maar kiezen tussen binnenzitten of wandelen onder begeleiding van een pater over wegen en paden die je al honderden keren had gelopen en aangestaard worden door de lokale bevolking. Enfin, het einde van het autoritje was dan dat pater G. me meenam naar zijn kamer in het nonnenklooster. Daar moest ik op zijn eenpersoonsbed gaan liggen met mijn broek naar beneden en dan ging hij achter me liggen weet ik nog. Ik bleef stil liggen en verroerde me niet en wachtte tot het klaar was. Maar ik weet niet wat hij deed achter me. In elk geval is hij niet bij me binnengedrongen. Dat siert hem. Ik had eigenlijk wel een beetje medelijden met de man.
Dit voorval herhaalde zich tekens op dezelfde wijze nog enkele keren, volgens mij gedurende een heel jaar tot in de vierde klas. Ook herinner ik me dat hij mij tijdens de zomervakantie thuis in Zutphen bij mijn ouders opzocht. En van daaruit mee uit rijden nam. Dat vond ik heel erg, ik schaamde me dood. Mijn ouders kenden de man niet of nauwelijks en vonden het goed dat hij me zomaar meenam. Ik voelde me thuis niet mee veilig.
"Wil je soms even gaan kijken bij jouw klooster?" vroeg mijn vrouw, op een van die ritten over de snelweg toen ze voelde dat ik gas terugnam. Dat was midden 2008. We hebben rondgelopen door het park van Don Rua en ik merkte dat ik er heel onrustig van werd, met een mengeling van boosheid en verdriet. In de weken daarna bleef ik onrustig en ging ik surfen op internet om meer uit die tijd te weten te komen. Na verloop van tijd heb ik het verder laten rusten.

2010: wat wil ik met mijn verhaal?

• Ik geef mijn verhaal opdat het kan dienen als stukje in de legpuzzel van de cie Deetman om verklaringen te vinden voor hoe er op een seminarie een klimaat kon ontstaan waarin machtsmisbruik kon ontstaan en sexueel misbruik als een van de vele verschijningsvormen (daarnaast: intimidatie, collectieve straffen, onderdrukken van individualiteit, verbod om 1 op 1 vriendschappen aan te gaan, kortom alles om een normale pubertijd de kop in te drukken).

• pater G. zal inmiddels wel zijn overleden. Ik vond het toen al een zielige man. Achteraf gezien ook exponent/slachtoffer van een systeem. Wel wil ik van u weten weten of ik de enige jongen ben die door hem op een dergelijke kwalijke manier is benaderd;

• het verhaal helpt mezelf om dingen die weer naar boven komen weer opnieuw een plek te geven. Dingen die ik allang had verwerkt: het hele systeem van ontvoeren bij je ouders en broers en zussen vandaan, de uiterst spartaanse opvoeding, de eenzaamheid, het slechte eten en de honger, de liefdeloosheid, de groepsdwang die maakt dat je niet meer naar huis kon terugkeren ook al wilde je dat diep in je hart, het machtsmisbruik en het sexueel misbruik dat daarmee wordt gefaciliteerd etc etc.

L.S.

Over de content van deze website wordt niet gecorrespondeerd.
Het zonder schriftelijke toestemming / aantoonbare bevestiging citeren uit, of herpubliceren van ongeacht welke content van deze website dan ook, is niet toegestaan.
Aanvragen hiertoe kunt u indienen: info@jongensvandonrua.nl