16. "Mijn leven daarna is een puinhoop geworden . . ."

Hierbij dien ik een aanklacht in tegen de leiding en in het bijzonder een lekenbroeder van het jongensinternaat van de Salesianen van Don Bosco te
Leusden over de periode 1963 tot en met 1966.
Tevens tegen de NederlandseStaat omdat ook deze partij was. Ik heb hier lang over nagedacht omdat ik het heel moeilijk vind. Dat komt niet alleen voort door de ernst er van maar ook omdat ik er niet in geslaagd ben om de naam van de dader weer in mijn geheugen terug te krijgen.
De contacten die ik heb met de groep van misbruikte jongens door de Salesianen van Don Bosco te 's-Heerenberg hebben mij niet de naam van de dader kunnen geven. Het is voor mij emotioneel te zwaar om door de barriere te komen om in de archieven van de Salesianen te gaan zoeken. Echt gemakkelijk wordt mij dat niet gemaakt door hen.

Ik ben geboren op 1 oktober 1949 te Amsterdam als
oudste van een tweeling. Ik groeide op samen met mijn tweelingzus en mijn moeder. Mijn vader, dat bleek pas achteraf, was niet thuis omdat hij ergens in Nederland een TBS straf uit zat. Hij lichte mensen op door verzekeringen af te sluiten en het geld in eigen zak te steken.
Als joods kind heeft hij de Shoa overleefd maar kwam daar in geestelijk opzicht beschadigd uit. Op drie jarige leeftijd was mijn moeder zwanger geworden na een bezoek aan mijn vader. Ik kreeg er een zusje bij. Het moet 1956 of 1957 geweest zijn dat mijn vader voor het eerst echt in mijn leven verscheen en bij ons thuis kwam wonen.

Vanaf dat moment veranderde mijn leven drastisch. Er kwamen drie zusjes bij en een broertje. In 1963 werd ik, voor mij onduidelijke redenen, naar het Katholieke Jongens Internaat Don Bosco dat gevestigd was aan de Dodeweg 6 te Leusden gestuurd. Dat internaat was van de Salesianen van Don Bosco.

Het inkomen van mijn vader en moeder was bij lange na niet voldoende om het toch aanzienlijk hoge bedrag per jaar te kunnen betalen voor mijn verblijf op Don Bosco. Op vragen van mij aan m'n ouders wie het dan wel financieerd kreeg ik tot op heden geen antwoord. Ze vertelden mij slechts dat zij mij een goede opleiding wilden geven. Ik kan mij niet voorstellen dat de Gemeente Amsterdam via de Sociale wetten mijn verblijf alleen om die redenen zou hebben gefinancierd. Ik vermoed dan ook dat de Kinderbescherming (of hoe dat dan ook heette in die tijd) dat gedaan heeft en ik feitelijk uit huis geplaatst was.

Het eerste jaar ging prima op Don Bosco, afgezien natuurlijk van de nachten dat een pater die, afgescheiden door slechts een gordijn , ook op die
slaapzaal sliep. Hij hield voortduren iedere jongen in de gaten waarbij hij er speciaal op toe zag of iedereen z'n handen wel boven de dekens had. Was je stout dan moest je bij hem komen. Ergens in het tweede jaar verscheen er een jonge man als lekenbroeder op Don Bosco. Ik begreep dat hij in opleiding was. Het is zijn naam die ik voorgoed uit m'n geheugen gewist heb.

Deze man maakte op een wel heel eigenaardige manier duidelijk dat hij mij "lief" vond. Gelukkig door mijn eigen ervaringen met pedofiele mannen uit de tijd die vooraf ging aan mijn periode op Don Bosco had ik dat goed in de gaten.
Ik heb hem dan ook met heel veel moeite duidelijk kunnen maken dat ik van zijn gedrag niet gediend was. Ik wilde geen gefriemel aan mijn lijf.

Mijn weigering om aan zijn verzoeken te voldoen heb ik geweten: deze man maakte vanaf dat moment mijn leven tot een hel. Keer op keer, wanneer z'n collega paters en broeders er niet bij waren, maakte hij mij uit voor "homo",  in het bijzijn van mijn internaats vrienden. En hij deed dat extra wanneer ik samen met mijn beste vriend was. Ik dorst geen vriendschappen meer aan door z'n constante beschuldigingen. Ik heb uit wanhoop zelfs flinke ruzie gemaakt met mijn beste vriend daar om de verbale terreur van de dader te laten stoppen.

Tijdens één van mijn twee wekelijks weekend bezoek thuis heb ik het tegen mijn ouders verteld en hen gezegd dat ik niet meer terug wilde gaan. Mijn ouders, met name mijn vader, zijn daar niet op in gegaan. Hij pleegde een telefoontje naar het hoofd van het internaat. Wat hij precies besproken heeft weet ik niet. Ik weet slechts dat ik op die zondagavond niet terug hoefde te gaan naar Don Bosco maar pas de daarop volgende ochtend. Bij aankomst aldaar moest ik mij meteen naar het hoofd van de daar gevestigde LTS begeven. Die LTS werd ook bestuurd door de Salesianen.

 

Ik werd op een beestachtige manier door het hoofd uitgefoeterd. Hoe ik het in mijn hoofd dorst te halen om de dader van zo iets te beschuldigen. Dat hij door mijn
schuld de dader per direct had moeten verwijderen van Don Bosco te Leusden. Dat ik de carriere van deze man had vernaggeld. Dat ze hem naar de salesianen in 's-Heerenberg hadden moeten sturen. Vanaf dit moment hebben veel paters van Don Bosco mijn leven tot een echte hel gemaakt. Zowel verbaal alsook fysiek. Bij het minste geringste sloegen zij mij. Alleen al
wanneer ik niet aandachtig genoeg de ochtend missen volgde in de kapel. Ik werd dan bij het weg gaan uit de kapel meteen geslagen. Verhaal halen bij de Prefect uit die tijd, Pater Zeegers, had geen enkele zin . Ik had het verdiend was steevast zijn antwoord.

Uiteindelijk ben ik net voor de paasvakantie in mijn laatste schooljaar voor m'n examen van Don Bosco afgetrapt. Hun motivering daarvoor was dat zij dat
besloten hadden vanwege godsdienstige redenen.
Mijn ouders hebben geen enkele moeite gedaan om mij op een gewone LTS thuis in Amsterdam geplaatst te krijgen. Ik heb me wel aangemeld bij zo'n LTS maar ja, hoe leg je op die leeftijd in godsnaam uit waarom je rapport cijfers van de LTS Don Bosco ineens zo gekelderd waren? Hoe leg je in godsnaam uit waarom je van dat internaat getrapt wed op 16 jarige leeftijd?

Ik ben drie weken thuis geweest bij mijn ouders na Don Bosco. Daarna kon ik weer vertrekken. Dit keer naar een oom en tante in Winterswijk

Mijn leven daarna is een puinhoop geworden. Ik kwam in aanraking met drugs en de psychiatrie. Ik heb een jaar in "De Sluis" gezeten op de Overtoom in Amsterdam, een instituut waar mensen vanuit inrichtingen kunnen resocialiseren alvorens ze weer zelfstandig kunnen gaan wonen.

Ik heb twee en een half jaar in de dagkliniek van het Derksen Centrum gezeten, een dagkliniek waar ik intensief psycho-therapie en andere vormen van therapie kreeg.

Ik ben daarna gehuwd geweest en heb twee kinderen gekregen. En gescheiden, en inmiddels opnieuw gehuwd. Vanaf 1976 tot en met 1997 heb ik gewerkt.

Door mijn joodse achtergrond heb ik de fout gemaakt om mijn sores die ik verdrongen had maar waarvan de pijn nooit is overgegaan te verwarren met het Post Traumatisch Syndroom waar veel van de kinderen van Joodse vervolgings slachtoffers aan leden of lijden. Ik ben daarvoor langdurig in een groeps behandeling geweest bij Sinai Ambulant. Het is door de eerste publikatie van Joep Dohmen (NRC) geweest dat mijn hele Don Bosco verleden weer naar boven is gekomen.

In het begin van afgelopen mei heb ik een brief geschreven naar Uw commissie. Door een onvoorziene omstandigheid ( niet af en toe even opslaan) ben ik de brief kwijt geraakt en heb het niet kunnen versturen naar U. De volgende dag zou ik het opnieuw gaan doen. Alleen kreeg ik die ochtend het hele nare bericht dat mijn jongste broertje was overleden in die vroege
ochtend. Mijn broertje die op 17 oktotober 1963 geboren werd. Mijn broertje die ongevraagd mijn afwezigheid moest opvullen in ons ouderlijk huis.

Momenteel ben ik weer in therapie bij het Sinai Centrum in Amstelveen, ambulant. Heel voorzichtig probeer ik daar met behulp van mijn therapeut grip te krijgen uit het doolhof van mijn ervaringen / herinneringen.

Uit het relaas dat ik hier gegeven heb over mijn jeugd en speciaal dat van mijn jeugd bij de Salesianen van Don Bosco te Leusden heb ik duidelijk proberen te maken waarom ik de (van naam onbekende) dader, de toenmalige staf van de Salesianen van Don Bosco te Leusden en de Overheid aan wiens bescherming allemaal was overgelaten, aanklaag, verantwoordelijk stel.

Ik verzoek U als commissie mijn aanklachten serieus te behandelen. Mochten er onduidelijkheden zijn dan ben ik bereid die schriftelijk of mondeling toe te lichten Een copy van deze aangifte zend ik naar het DB van de groep misbruikte jongens van de Salesianen van Don Bosco in 's-Heerenberg.

Er op vertrouwende dat U mij bericht dat U mijn mail gelezen hebt en Uw antwoord daarop verblijf ik met vriendelijke groet.

O.H.

Over de content van deze website wordt niet gecorrespondeerd.
Het zonder schriftelijke toestemming / aantoonbare bevestiging citeren uit, of herpubliceren van ongeacht welke content van deze website dan ook, is niet toegestaan.
Aanvragen hiertoe kunt u indienen: info@jongensvandonrua.nl