14. Ik scan altijd mijn omgeving en weet altijd de uitgang...

J. vd V. heeft ons op zijn kamer toegelaten om ons nader kennis laten nemen van zijn platenatlas Het Epos van de Mens. Dan zat hij aan zijn bureau, het boek lag op zijn bureau/schrijftafel en dan nam ons tussen zijn benen. De uitklapbare plaat van Sumerische priesters is een van de details die bij een van ons altijd is bijgebleven. Een optocht van naakte mannen die offergaven naar een tempel brachten.

Ik ben eenmaal op de kamer van Pater vd V. geweest en fysiek benaderd. Ik heb geen precieze herinnering aan het tijdstip.
Wel aan de toenadering. Het is hier bij gebleven omdat ik was gewaarschuwd voor paters door een stadgenoot R.S. Hij was al een jaar op Don Rua toe ik er kwam.
Zijn vader werkte bij de fraters van de Herenstraat, de fraters die de Gregoriusschool leidden, waar ik mijn lagere school heb doorlopen. De waarschuwing van R. was erg algemeen en werd door mij als twaalf jarige gehoord, maar op dat moment niet begrepen.
Bij mijn bezoek aan pater vd V. was mij ineens duidelijk wat R. had bedoeld en maakte ik dat ik weg kwam. Tot meer dan aanraken/aaien is het bij mij toen niet gekomen.

De periode waarin zich dit voordeed moet geweest zijn in het schooljaar 1965-1966.

Ik kwam P.H. tegen bij Pater vd V. Hij bleek eerder en vaker bij hem op de kamer te zijn geweest. Hij vertelde betast te zijn tijdens het bekijken van de plaatjes met blote mannen. Wij zij ons samen gaan beklagen omdat dit volgens mij niet in de haak was. Wij gingen naar de toenmalige algemeen directeur, H. P. Dit gesprek vond plaats in het voorjaar van 1966(?). P. heeft ons aangehoord en gezegd dat wij er met niemand over mochten spreken en dat hij het zou onderzoeken. Wij kregen er niets meer over te horen. Ik ging met grote tegenzin het derde jaar terug naar Don Rua. Thuis kon ik er niets over zeggen, want dat mocht niet. Mijn schoolresultaten waren niet goed en ik kreeg een goede raad. De keuze voor het gymnasium was kennelijk niet goed geweest. Ik ben daarom in Arnhem getest bij een beroepskeuze bureau. De uitslag was ondanks de kosten voor mijn ouders wel waardevol, omdat mijn IQ met 132 toereikend werd geacht en ik bij alle testen er blijk van had gegeven het gymnasium intellectueel aan te kunnen.

Ik moest met Kerst 1966 van Don Rua, na de kerstvakantie zou ik een van de toen vele uitvallers zijn. In Utrecht moest ik naar school, maar dat viel niet mee, omdat geen katholieke school mij wilde, noch het Bonifatius-college noch het Niels Stensen college.
Ik werd mede op grond van de testresultaten wel aangenomen als leerling. op de OSG Hendrik v.d.Vlist, waar rector dr.G.Stellinga vond dat ik weer een nieuwe start moest kunnen maken.

Door mijn toch wel abrupte vertrek heb ik mijn groepsgenoten niet meer gesproken, dus ook P.H. niet meer. Toen de zaak in februari 2010 aan het rollen kwam was hij en zijn ervaring voor mij de belangrijkste reden om me te melden bij de journalisten die de zaak in de openbaarheid brachten. Ik ging er vanuit dat in weinig gevallen er getuigen zouden zijn, maar in het geval P.H. kon ik zijn eventuele verhaal bevestigen.
De schok was voor mij groot toen na naspeuringen bleek dat hij was overleden. Daarentegen was het geweldig om te horen hoe zijn moeder voor hem is opgekomen

De gevolgen van mijn verblijf en ervaringen zijn divers.
Als twaalfjarige was je van het ene moment op het andere overgeleverd aan een regiem waarin je als individu niet meer telde. Je was aan jezelf overgeleverd in alle opzichten. 7 dagen per week 24 uur per dag verkeerde je in een groep onder permanent toezicht. Altijd surveillanten altijd gecontroleerd.

Tijdens mijn verblijf op Don Rua ben ik weer gaan bedwateren, wat erg lastig was omdat je bed 's avonds nog niet droog was en je was niet iedere week werd gedaan.
Aanvankelijk stuurde ik de was naar huis, maar mijn moeder vond het makkelijker om het door een wasserij te laten doen in 's-Heerenberg.
Mijn moeder heeft nooit vragen gesteld bij het feit dat er grote gele vlekken zaten in de lakens.
Ik kon mij slecht concentreren en studiebegeleiding was er niet. De studiezaal suggereerde heel wat maar het was vooral een verblijfplaats waar je je huiswerk maakte en kon lezen.
Zo goed als mijn resultaten op de lagere school waren, waar ik dagelijks zeer veel huiswerk had (het was immers een opleidingsklas voor HBS en gym) zo problematisch was het daar.
Ik teerde het eerste semester op de kennis van de zesde klas, maar met Latijn en wiskunde was dat ontoereikend.
Op Don Rua was niet sprake van een klimaat dat tot intellectuele vorming kon leiden. Er bestond eerder afkeer van elk streven om meer kennis te vergaren anders dan aangeboden door de paters. Van huis uit was ik gewend de krant te lezen. Mijn vader deed mij er een groot plezier mee de zaterdageditie van de Volkskrant toe te sturen. Daar kreeg ik veel commentaar op, m.n. van de studieprefect die het belachelijk vond dat ik de krant wilde lezen. En dan ook nog de Volkskrant i.p.v. de Tijd en Maasbode. De boeken die ik wilde lezen en die niet uit de eigen bibliotheek kwamen moest ik altijd ter goedkeuring voorleggen. Meestal werden ze niet geschikte geacht voor mijn leeftijd. In Utrecht las ik voor mijn leeftijd uit.

Later terug in Utrecht zou blijken dat ik een flinke achterstand had opgelopen.
Ik zou uiteindelijk via "stapelen" in de decennia later een flinke lijst met opleidingen afronden.
Mijn gewenste studie Nederlands of geschiedenis zat er toen niet meer in.

Mijn persoonlijke ontwikkeling in emotionele zin heeft geleden onder het verblijf in het internaat. In mijn lagere school periode was ik al zeer zelfstandig, waardoor ik het wel aandurfde om van huis te gaan.
In mijn gezin werd ik vervangen door een nieuw broertje dus leek mijn vertrek definitief.
Ik scheelde al 5,5 jaar met de na mij komende broer dus terugkijkend heb ik een zeer zwakke band met mijn broers en zus sinds die tijd. Ik ging een maal terug in Utrecht op mijn 20e het huis uit, dus heb feitelijk nog 5 jaar in mijn gezin gewoond.
In het internaat heb ik een ongekende hardheid ontwikkeld om te overleven. Ik voelde mij op mijzelf aangewezen, niemand waarop ik kon rekenen in een systeem van voortdurende controle en permanent toezicht. Ik ben altijd op mijn hoede gebleven, ik scan altijd mijn omgeving en weet altijd de uitgang.
Jaren heb ik nachtmerries gehad over die periode. Het gebouw speelde daarin een sleutelrol. Ik ken nu nog elk hoekje en elk raampje. De nachtmerries zijn gestopt nadat openlijk weer over Don Rua werd gesproken.
Ik ben vaak privé aangesproken op mijn keuze/ de keuze van mijn ouders voor het seminarie, ik voelde me verplicht om het te verdedigen.


Nu kan ik toelaten dat het mij ook beschadigd heeft.
Salesianen mogen dan geen sla traditie hebben meegekregen van hun stichter, een subtiel systeem van psychische druk, jongens tegen elkaar uitspelen en straffen via vervelend corvee, te kakken zetten, van de slaapzaal sturen doet minstens hetzelfde.

Pater F. was een van de ergste waarmee ik te maken had. Al je niet tot zijn favorietjes behoorde of wilde behoren dat werd er uit een ander vaatje getapt. Met een zichtbaar genoegen zette hij jongens te kakken. In het derde jaar werd ik weerbaarder en kon verbaal weerwoord geven. Dat leidde tot escalatie. Maar als je ouders op bezoek kwamen kwam hij gauw slijmen "dat we het zo goed konden vinden met elkaar".
Deel van het gevoel van onvrijheid was de boodschap dat brieven open moesten worden ingeleverd voor verzending.
Je moest er altijd rekening mee houden dat je brief aan thuis inderdaad werd gelezen.Je kreeg nauwelijks kans om als je ouders op bezoek waren iets te vertellen over de gang van zaken. Je wilde trouwens het fijne moment niet verpesten met een litanie van narigheid. Je diende je groot te houden, want je zou je er wel doorheen slaan.

Telefoneren was toentertijd nog uitzonderlijk.

Wat verwacht ik?

Ik verwacht net als F.S. en F. V. en de familie van P. H. van de commissie genoegdoening van het gepleegde misdrijf. Dat betekent dat ik met hen eisen stel aan de persoon vd V. omdat hij nog in leven is. Maar ook hebben wij eisen naar de congregatie van de salesianen, omdat P. niet meer leeft maar, belangrijker nog, dat hij als directeur en zelf pedofiel, zijn functie heeft verzaakt en de klachten van de leerlingen en van de moeder van P.H. in de doofpot heeft gestopt in plaats van naar behoren af handelen.

Van vd V. verwachten wij dat hij het misbruik erkent en zijn verontschuldigingen aanbiedt voor zijn gedrag toen, zijn lange stilzwijgen al die jaren en zijn weerbastige houding ten opzichte van brief van F. S. in het voorjaar van 2010.
Ik verwacht van de Commissie dat zij naast de sexuele misdrijven ook de foute structuur van dit juvenaat blootlegt en de schade die dit heeft toegebracht aan talloze jeugdigen.
De film die indertijd verscheen over de Reichsschule in Valkenburg was schokkend, maar in essentie gebeurde daar hetzelfde als op Don Rua. De opleiding van de katholieke "elite" vanuit een zeer conservatief en vooral gesloten wereldbeeld. Met sterke binding tussen jongens en leiding en geen externe controle.

Ik noemde eerder het zeer gesloten wereldbeeld dat ons kader was, en waarin geen ruimte was voor andere denkbeelden of reflexie.
Hoewel de congregatie een rol speelt in het jeugdwerk was nergens sprake van een open venster naar de samenleving dat in de opvoeding op Don Rua werd overgedragen.
Dit gesloten wereldbeeld herkende ik later in de wijze waarop bisschoppen van salesiaanse afkomst zich van hun taak kweten.

De reacties van de congregatie op dit moment geven aan dat de positie van de eigen organisatie nog steeds belangrijker wordt gevonden dan de belangen van individuen, laat staan de door hen reeds lang afgeschreven uitvallers, die zoals nu blijkt vooral slachtoffers zijn.

Ik verwacht dat de commissie ook de overheid dringend zal adviseren, daders, mede- verantwoordelijken, bestuurders die gezwegen hebben en anderen die meegewerkt hebben aan de doofpot het recht te ontzeggen zich met jeugd bezig te houden of functies te bekleden in organisaties die direct of indirect zich op minderjarigen richten.

Ik verwacht dat de commissie de congregatie opdraagt alle daders uit de congregatie te zetten en de eigen augiasstal afdoende te reinigen.

Ik verwacht dat de commissie waar nodig kerkelijke functionarissen onder ede zal laten horen over hun kennis en medeplichtigheid, zeker nu gebleken is dat liever wordt gelogen dan de eigen organisatie af te vallen.

Ik meen beschadigd te zijn, al laat het leven bij iedereen littekens na.
Mijn gevoel van onveiligheid bestaat in feite nog steeds, overal probeer ik mijn omgeving te scannen op risico's. Ik heb al jaren altijd gezelschap van een hond(ook vroeger in mijn werksituaties, wat door mijn functies gelukkig mogelijk was). Inmiddels is dit een Hovawart, een ras dat bij uitstek bij zijn baas blijft, de omgeving scant en feilloos bedreigingen onderkent en indien nodig aanpakt (naar eigen inzicht). Een vertrouwd gevoel en vreemd genoeg nodig.
Naast dit gevoel van onveiligheid, maar wellicht daarmee samenhangend ben ik extreem gesloten, een ramp dus voor partners. Praten over wat mij persoonlijk bezighoudt of in mij omgaat, valt mij zwaar en ik slik alles in.
Mijn eerste relatie begin jaren zeventig liep vooral daardoor stuk, latere relaties werden er door bemoeilijkt of staan erdoor onder druk. Natuurlijk gebeuren er in een leven veel dingen die van invloed zijn op je gedrag en je welbevinden, zo heb ik in mijn leven na Don Rua, natuurlijk ook andere traumatische of stressvolle ervaringen opgedaan.
Dit laat onverlet dat in een belangrijke fase van mijn vorming ik mij niet onbevangen en vrij heb kunnen ontwikkelen en mijn persoonlijkheid zich heeft ontwikkeld onder invloed van zeer specifieke onvrije en soms dreigend omstandigheden gedurende een lange en intensieve periode.
Het valt de Salesianen aan te rekenen dat zij er niet in zijn geslaagd de fundamentele basiszekerheden die een kind nodig heeft aan te bieden, sterker nog dat zij een sfeer van dreiging en onderdrukking mogelijk maakten, waarin het misbruik heeft kunnen plaatsvinden.
Het ging niet om losstaande incidenten. Mijn verbijstering was natuurlijk verpletterend toen duidelijk werd hoeveel jongens het machtsmisbruik i.c. sexueel geweld hebben moeten ondergaan en hoeveel medewerkers en oudere jaars(latere medewerkers) daarbij waren betrokken.

Met de huidige politiek van gezondheidszorg financiering kan ik mij geen therapie veroorloven, al zou ik dat willen en al zou dit goed voor mij zijn.
Financiële steun voor de onkosten van de professionele begeleiding en ondersteuning zou daarom welkom zijn.

G. K.

Over de content van deze website wordt niet gecorrespondeerd.
Het zonder schriftelijke toestemming / aantoonbare bevestiging citeren uit, of herpubliceren van ongeacht welke content van deze website dan ook, is niet toegestaan.
Aanvragen hiertoe kunt u indienen: info@jongensvandonrua.nl