11. Pater P. lag poedelnaakt op mij en mijn pyama was ineens uit ...

Pater P. was een hartelijke en vriendelijke man, die van sfeer en gezelligheid hield en met zijn hele gezicht uitbundig kon lachen. Hij was innemend en gemakkelijk benaderbaar, doch ook streng en je terecht kon wijzen. Met zijn menselijke kwaliteiten was hij voor velen een goede directeur. Maar het was geen bestuurder met visie en was er ook niet opgericht de leerlingen op te voeden en te leiden naar een priesteropleiding.
Dit was een algemene tendens ook bij de andere oversten, zij leefden toch volgens hun eigen denkwijze en invulling.

Als directeur was hij ook opvoeder en zo nam hij ook het initiatief om mij op 14/15 jarige leeftijd seksueel te moeten voorlichten. Op basis waarvan hij dit deed is mij nooit duidelijk geworden, en mijn aanvankelijke vermoeden dat dit was op verzoek van mijn vader weet ik niet. Hij nam dit zeer ter harte en riep mij menigmaal tijdens de studie-uren op zijn kamer en vertelde aan de hand van een 2-tal boeken seksuele ontwikkelingen bij een man, maar over een vrouw werd niet gesproken. Bij voldoende interesse en vragen over dit onderwerp kwam hij dan ineens naast mij zitten en vertelde verder aan de hand van plaatjes met een arm om mij heen en dicht tegen zich aangekleefd. Ik was na een paar sessies blij dat de bel ging voor het avondeten en dat ik de dagen daarna weer niet van mijn studie werd afgehaald. De seksuele verhalen die als voorlichting moesten gelden waren grotendeels niet nieuw voor mij, maar liet dit uit ontzag niet blijken. Met bepaalde afwisseling, maar soms ook 2 trimesters achtereen kreeg ik toebedeeld door leidinggevende het baantje van onderhoud kamer Pater Directeur. Het viel anderen wel eens op dat ik wel erg regelmatig dit door velen geambieerde baantje kreeg. Maar ik was erg nauwgezet, had discipline en wist mijn mond te houden over hetgeen ik soms hoorde of onder ogen kreeg. Achter diens werkkamer was een aparte verscholen ruimte om een en ander te verbergen dat niet direct in het zich op de directeurskamer hoorde, een kleine opbergruimte. En jawel, als Pater Prein op de kamer moest zijn tijdens het schoonmaken en opruimen dan kwam hij even bij je staan en was er vluchtig lichamelijk contact. Ik liet het maar gebeuren, ik kon immers altijd op zijn steun rekenen wanneer ik er om vroeg. Zijn slaapkamer was elders in het tehuis, aan de andere kant van het gebouw. Als ik daar moest schoonmaken maakte hij vaak gebruik van de badkamer, wat ik erg onhandig vond maar ontliep dan altijd er te willen zijn, ondanks zijn opmerkingen, ga maar gewoon verder doe alsof ik er niet ben.

In de zomer van 1968 heb ik het internaat Huize Don Rua verlaten, ondanks aandringende verzoeken, ook van hem, bleef ik bij mijn besluit weg te gaan en in Eindhoven, mijn oorspronkelijke woonplaats, mijn studietijd voort te zetten, ook al was ik daar nou niet erg welkom. Ben toen op kamers gaan wonen omdat bij mijn ouders thuis met nog 6 andere kinderen niet voldoende vrije woonruimte was zoals ik die graag wilde en ook die jaren in 's-Heerenberg gewend was. In juni 1969 ben ik als een soort reünie 2 dagen teruggegaan naar Huize Don Rua , en was heel blij er weer even te mogen zijn. Ik was vol heimwee maar trof een andere sfeer aan en vele nieuwe onbekende gezichten. Ook was aangekondigd dat men voornemens was dit juvenaat te gaan sluiten.
Voor mij was het duidelijk hier was geen toekomst meer en zou ook geen kans meer krijgen om priester te worden, hetgeen mij somber stelde. Kort daarna zou ik ernstig ziek worden en voor lange tijd in het ziekenhuis verblijven en bedlegerig worden. Er was weinig hoop op herstel maar door een sterke wil om mijn leven een andere wending te geven en door paranormale steun ben ik toch genezen.

In de zomer van 1970 ben ik wederom naar 's-Heerenberg gegaan en door een voormalig lerares Duits, waarbij ik op visite was gegaan ben ik toen op haar aandringen naar Emmerik gebracht, waar Pater P. rector was van het ziekenhuis. Zij had hem hierover vooraf gebeld toen ik bij haar naar hem informeerde. De pater was heel blij mij te zien en nodigde mij direct uit te blijven eten en te overnachten. Een dochter van zijn zus uit Schiedam met haar vriend waren er ook en het was er zeer gezellig en geanimeerd. Niet vermoedend wat er die nacht met mij zou gebeuren bleef ik daar.
Ik zou slapen in het logeerbed op zijn kamer. Voor het slapen gaan begonnen de voor mij van vroeger bekend zijnde taferelen. Slapen zonder ondergoed. Zoals dit ook ineens was ingevoerd tijdens de jaren in Huize Don Rua. Herinner mij nog wel de aankondiging hiervan en de controle op het uitdoen van je ondergoed voor het slapen gaan.
Ineens was het erg druk van oversten, paters, en natuurlijk zeker pater directeur, op de slaapzalen. Normaal was dit niet, maar ja massaal blote billen kijken dat was nieuw.
Terug naar mijn overnachting in Emmerik. Hij nodigde mij nog even uit op zijn bed om welterusten te zeggen en kreeg toen al een onprettig gevoel en wilde zelf snel gaan slapen. Naar mijn vermoeden midden in de nacht werd ik plotsklaps worden. Pater P. voorheen de gezaghebbende directeur, lag poedelnaakt op mij en mijn pyama was ineens uit. Ik schrok er hevig van en duwde hem direct van mij af. Hij is toen naar de badkamer gegaan en niets meer zeggende zijn wij in slaap gevallen. En dit allemaal terwijl zijn familieleden de kamer ernaast waren. De volgende ochtend wilde ik geen ontbijt en verzocht mij direct naar het dichtst bijzijnde NS station te brengen.

Jaren later na een hersenbloeding te hebben gehad en verlamd te zijn aan een helft van zijn lichaam, is hij gaan wonen in een verzorgingstehuis te Alverna, gemeente Wijchen. Dichtbij waar een broer van hem woonde. Later zijn er meer bejaarde Salesianen daar gaan wonen.
Omdat zeer goede vrienden van mij eveneens in Alverna woonden en ik daar regelmatig was ben ik toch maar eens op bezoek bij hem geweest. Zijn spraakvermogen was minder geworden door de hersenbloeding, maar wij konden toch wel goed communiceren.
Ik wilde toch verder in mijn leven met goede herinneringen uit mijn jeugd en wilde de nare momenten van seksuele intimidatie en handtastelijkheden maar weg stoppen en vergeten. Ik vond het al triest genoeg dat het opleggen van het celibaat velen blijkbaar een minder spontaan leven had gegeven. Seksuele behoeften en verlangens naar tederheid kunnen niet worden ontzegd, zo is het lichaam niet opgebouwd.
Het kan nooit de bedoeling van de Schepper zijn geweest dat hieraan niet voldaan mocht worden. Deze stelling is opgesteld en opgelegd door andere mensen, en mogelijk door hen die niet aantrekkelijk genoeg waren voor anderen.
Zo wilde ik ook tegen P. geen wraak gevoelens koesteren en bezocht hem zo nu en dan even als ik in Alverna/Wijchen was. Zo ook zondagmiddag 23 februari 2004. Heb hem toen erg stil aangetroffen, er kwam nog nauwelijks bezoek bij hem.
Heb toen met hem gesproken, voor zover dit mogelijk was, over de zin van het leven, zijn verwachting na de dood. Ook hetgeen zich seksueel had afgespeeld tussen hem en mij kwam aan de orde, maar kon hem vergeven, met de stelling name zoals ik die hierboven over het celibaat heb weergegeven. Ben toen met een korte omhelzing bij hem vertrokken , met een glimlach op zijn gezicht. De volgende dag, binnen 24 uur na mijn bezoek is hij toch, plotseling voor iedereen, overleden, maar niet voor mij.
Ik wist het al toen ik afscheid nam. Had toen ook een andere medebroeder Salesiaan verzocht mij te bellen als P. zou komen te overlijden.

Ter afsluiting van mijn 4e en laatste melding van seksueel misbruik met leden van de Salsiaanse Orde in Nederland betreur ik ten zeerste dat dit mij is overkomen.
In deze meldingen zijn weergegeven beschrijvingen van situaties die zich volgens mijn nog altijd goede geheugen hebben voorgedaan. Zijn zij begrijpelijk, hadden deze voorkomen kunnen worden, heb ikzelf misschien deze situaties laten ontstaan, waarom bij velen niet. Maar het waren uiteindelijk opvoeders, zij die hadden aangegeven de taken van ouders over te nemen en onze veiligheid aan hen te garanderen.
Weg van je eigen vertrouwde omgeving, elke dag met anderen leven en omgaan. Maanden, 3 x per jaar maar naar huis voor vakanties, je moest sterk zijn om te overleven en zelf volwassen worden. Natuurlijk ontstaan vriendschappen, ja ook particuliere vriendschappen, maar dat moest genadeloos bestreden worden.
Over dit onderwerp en mogelijke genegenheid naar anderen werd nooit gesproken, alleen vage waarschuwingen voor het kwaad dat zij in huis hadden.
Nooit hebben oversten hierover openlijk gesproken, en zeker niet over homo-erotische relaties tussen jongens. Op dat woord rustte toen een natuurlijk groot taboe. Particuliere vriendschappen behoorde toe aan het domein van de gevoelens. Klandestiene en intieme relaties zijn er natuurlijk op Don Rua ook geweest, zoals zo vaak in gemeenschappen waarin slechts één sekse is vertegenwoordigd. Maar deze relaties hoeven niet perse en uitsluitend op een seksuele activiteit gericht geweest te zijn.
Oversten die hiervan op de hoogte kwamen maakten hiervan misbruik, misschien uit afgunst. Zij wilden ook hun eigen plaats veroveren bij hen die toegankelijkheid hadden getoond. Het is juist hun houding tegen deze vriendschappen die hen kwalijk genomen moet worden, omdat juist zij als opvoeders ondersteunend dienden te zijn, maar door hun handtastelijkheden en meer, alle details zijn niet door mij beschreven, zijn zij schuldig aan de gevolgen van hun vergrijp. Dat velen toen en ook later in hun leven moeite hebben gehad met omgang en vertrouwen in medemensen mag deze
"zogenaamde priesters" aangerekend worden, en met hen het kerkelijk instituut alsmede de kloosterordes.

Het huidige bestuur van de Salesiaanse Orde in Nederland dient haar verantwoording te nemen die zij door alle aangiften over het verleden van Salesianen krijgt aangereikt.
Zoals dat in een ontwikkelde bestuurlijke maatschappij geldt, je bent ook verantwoordelijk voor het verleden van je vorige bestuurders.
De leiding van de Salesiaanse Orde in Nederland heeft in het verleden in het geheel niet passend opgetreden tegen hen die zich hadden laten begaan door seksueel misbruik, ook niet met minderjarigen. Toen ik in het verleden hierover sprak met voormalig Bisschop van Den Bosch, J. Ter Schure, salesiaan en tijdens mijn begin studiejaren in 's-Heerenberg provinciaal van deze orde, zij hij mij over het seksueel misbruik; "Dit was nu eenmaal zo, niet over praten en verder gaan"
Over eventuele gevolgen voor slachtoffers en daders moest geen aandacht worden besteed.

F.V.

Over de content van deze website wordt niet gecorrespondeerd.
Het zonder schriftelijke toestemming / aantoonbare bevestiging citeren uit, of herpubliceren van ongeacht welke content van deze website dan ook, is niet toegestaan.
Aanvragen hiertoe kunt u indienen: info@jongensvandonrua.nl